Gefossiliseerde eekhoornkeutels onthullen verrassende geheimen van de mammoetsteppe
Een reeks gefossiliseerde uitwerpselen van prehistorische grondeekhoorns heeft onderzoekers een uitzonderlijk inkijkje gegeven in het ecosysteem van de ijstijd. De vondst in het Canadese Yukongebied levert niet alleen het oudste DNA ooit uit fossiele uitwerpselen op, maar werpt ook nieuw licht op het dieet van de kleine knaagdieren en het leven op de uitgestrekte mammoetsteppe.
Prehistorische vondst in Canadese permafrost
In oude grondeekhoornholen nabij Gold Run Creek, een mijngebied in het Canadese Yukon, ontdekten wetenschappers dertien versteende keutels, zogenoemde coprolieten. De oudste exemplaren blijken ongeveer 700.000 jaar oud te zijn.
Volgens de onderzoekers bevatten de fossielen een uitzonderlijke hoeveelheid goed bewaard DNA. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications. De coprolieten dateren van 17.000 tot 700.000 jaar geleden — aanzienlijk ouder dan eerdere DNA-vondsten uit fossiele uitwerpselen.
Paleontoloog Tyler Murchie en zijn collega’s slaagden erin achttien volledige mitochondriale genomen te reconstrueren. Daarmee konden ze nauwkeurig achterhalen welke planten en dieren deel uitmaakten van het dieet van de grondeekhoorns.
Geknaag aan mammoeten en steppebizons
De analyses tonen aan dat de prehistorische grondeekhoorns veel minder kieskeurig waren dan lang werd aangenomen. Naast grassen, bloemen, zaden en schimmels aten ze ook dierlijk materiaal.
In het DNA werden onder meer sporen gevonden van steppebizons, paarden en mammoeten. Ook resten van wolven, antilopen en kleinere dieren kwamen aan het licht.
Opportunistische eters tijdens de ijstijd
De onderzoekers verklaren het gevarieerde dieet door de winterslaap van de dieren. Tussen oktober en april hielden de grondeekhoorns een langdurige winterslaap waarbij hun hartslag daalde tot ongeveer één slag per minuut en hun lichaamstemperatuur onder het vriespunt zakte.
Om voldoende vetreserves op te bouwen moesten de dieren eten wat beschikbaar was. Ze jaagden op insecten, lemmingen en jonge hazen, maar aten ook van karkassen van gestorven dieren op de steppe.
De wetenschappers spreken zelfs van incidenteel kannibalisme. In het onderzoek worden de dieren daarom omschreven als de “zombies van het Pleistoceen”.
Gedetailleerd beeld van verdwenen ecosystemen
De DNA-sporen in de coprolieten geven onderzoekers een uitzonderlijk gedetailleerd overzicht van het leven op de mammoetsteppe, het enorme koude grasland dat tijdens de ijstijd grote delen van Noord-Amerika en Eurazië bedekte.
Uit de analyses ontstaat een beeld van een steppe-toendra vol grassen en kruiden, afgewisseld met wilgen en berken. Tussen die vegetatie leefden wolharige mammoeten, kortsnuitberen, sabeltandkatten en talloze kleinere diersoorten.
Voor paleontologen is dat bijzonder waardevol. Grote dieren laten vaak fossielen zoals botten en slagtanden achter, maar kleine dieren verdwijnen meestal spoorloos. Dankzij het DNA in de coprolieten kunnen onderzoekers nu ook soorten identificeren die normaal nauwelijks fossiliseren.
“Een soort DNA-detectivewerk”
Botanicus Barbara Gravendeel, die eerder zelf onderzoek deed naar grondeekhoorncoprolieten, noemt de resultaten overtuigend. Vooral de brede variatie aan gevonden diersoorten viel haar op.
“Traditioneel werd de grondeekhoorn vooral gezien als herbivoor,” zegt ze. “Dat je deze fossiele uitwerpselen nu kunt gebruiken om via DNA-detectivewerk te reconstrueren welke dieren destijds leefden, is echt nieuw.”
Volgens Gravendeel tonen de vondsten ook het belang van kleine diersoorten in paleontologisch onderzoek. Naast grote zoogdieren werden namelijk ook sporen van vleermuizen en vogels aangetroffen.
Nieuwe inzichten in klimaat en biodiversiteit
De studie onderstreept hoe belangrijk permafrostgebieden zijn voor onderzoek naar verdwenen ecosystemen en klimaatgeschiedenis. Nu delen van de permafrost door klimaatverandering sneller ontdooien, groeit tegelijk de urgentie om dergelijke vondsten veilig te stellen.
De gefossiliseerde eekhoornkeutels laten zien dat zelfs de kleinste resten uit de prehistorie waardevolle informatie kunnen bevatten. Wat ooit onopvallend afval was in een verlaten hol, blijkt nu een van de meest gedetailleerde bronnen over het leven op de mammoetsteppe.

Schöpfer. Hipster-freundlicher Unternehmer. Student. Freundlicher Analyst. Professioneller Schriftsteller. Zombie-Guru. Amateur-Web-Nerd
